Spelen is de overtreffende trap van leren

Op vrijdag 15 mei gaan de scholen opnieuw (een beetje) open. Beleidsmensen en pedagogen schakelen meteen een versnelling hoger om de opgelopen leerachterstand in te halen. Iedereen aan de theorie en werkblaadjes! Tegelijk is daar ook die enge visie op onderwijs weer. Terwijl we allemaal weten: leren bereikt zijn maximale curve in combinatie met spelen. Zeker vandaag.

Waarom is spelen zo belangrijk bij leren? Omdat het de meest natuurlijke vorm is om kennis te verwerven. Een baby beslist zelf om te kruipen omdat hij zelf de wereld wil ontdekken. Een kind wil zelf leren lezen omdat het zelf verhaaltjes wil kunnen lezen. Een 12-jarige haalt zelf de oude koffiemachine uit elkaar omdat het zelf wil weten welke techniek erachter zit. Spelen heeft gigantisch veel waarde in de ontwikkeling van een kind. Leren en spelen zijn twee handen op een buik. Ze geven elkaar continu een duwtje in de rug omdat er honger is naar meer kennis en kunde. Gewoon goesting. Alles mag, niets moet. Laat spelen op het eerste gezicht ook doelloos zijn. Jezelf verliezen in details en tijd. Dat is de geheime sleutel van de optimale leercurve. Mijn vrees is echter dat met de opening van de scholen, het spel achter slot en grendel moet. In lockdown.

Want binnenkort is het wél weer van moeten. We moeten immers de opgelopen achterstand inhalen. We moeten die oefening op pagina 87 nog maken. We moeten de subjunctief nog zien. Terwijl je weet: als het van moeten is, dan daalt de motivatie onder het nulpunt. Zoals goesting die smelt als sneeuw voor de zon. “Ja maar met die lockdown - is er toch voldoende speeltijd geweest?” Oh ja? Er zijn de voorbije weken nog nooit zoveel werkblaadjes rondgedeeld, er is nog nooit zoveel gezoomd, geskypet en gejitsied, nog nooit zo weinig gespeeld met vriendjes en nog nooit was de onzekerheid zo groot. Of dacht je dat kinderen die angst en onzekerheid in de ogen van hun ouders niet voelen? Daar blijven we blind voor.

En dan moet die 8 weken zomervakantie nog komen. Is dat de grote spelbreker? “Inkorten!”, zeggen onderwijseconomen (contradictie?). Ook hier: stop met die enge benadering. Tijdens de zomervakantie is er eindelijk tijd om te mogen spelen. Cognitief verliest het kind wat terrein, ja – dat klopt. Maar onderzoek heeft ook uitgewezen dat het kind op tal van andere domeinen een enorme sociaal-emotionele ontwikkeling doormaakt. Of dacht je dat die 2 maanden wiskunde-gemis het verschil zullen maken in een schoolcarrière van meer dan 15 jaar?

De essentie is dit. Leren wordt al jaren bekeken door de te enge bril van cognitieve kennisverwerving. En dat hoort erbij, alleen is die balans verstoord. Zeker vandaag - wie nu geforceerd alle kennis er nog wil doordrammen, gaat op termijn contraproductief oogsten. Gras groeit niet door eraan te trekken. Wel door het te voeden, te stimuleren, water te geven. Het is de paradox van corona. Zij die het minst vatbaar zijn voor het virus, worden geremd in hun ontwikkeling.

En tot slot nog dit. De wereld die op ons afkomt is complex. Ze vraagt oplossingen in situaties die we nog niet kennen. Veel toekomstige jobs moeten nog uitgevonden worden. Virologen bevestigen de ernst van COVID-19 terwijl het juiste vaccin nog moet  ontwikkeld worden. Kinderen vandaag zijn de volwassenen van morgen. Zij zullen aan het stuur van de wereld(economie) zitten. Willen we dan leiders die enkel grafieken en statistieken kunnen opstellen? Of willen we leiders die grafiek en statistiek kunnen vertalen naar creatieve oplossingen? Laten we vooral daar niet blind voor zijn.